Statia

Statia – 17

Of ik over tien minuten wil komen tekenles geven. Acht kinderen zitten klaar, rommelig en gezellig, in de tuin onder een afdak. Ik ben streng, er mag niet gegumd, en op één velletje moeten er drie probeersels staan. Niks hoeft perfect, gewoon door de tekeningen heen tekenen. Twee Chinese jongetjes tekenen de IJffel toren want die staat op het pakje van de potloden. De meisjes klungelen wat aan met de figuurtjes die ze moeten tekenen. Een dik meisje, wat ouder, doet het geweldig en verveelt zich duidelijk. Ik geef haar een zware opdracht. Dan gaan we naar deel 2: computertekenen! Meteen molt het jochie mijn pennetje maar geeft niet. Iedereen krijgt een cupcake en een plastic ketting met hartjes want het is Valentines dag. Een geweldige middag.

Statia – 16

De weg naar het huisje is een ware dodenakker bezaait met veren, afgekloven botten en stukken harige huid. Soms probeer ik de veren een beetje weg te harken. Er lag al eerder een halve hondenkop en dagelijks pakken de honden een duifje, kippen, een geitje of een haan. De haan was nog warm en helemaal in orde en ik probeerde het beest te reanimeren. Niet gelukt. De honden eten de kadavers helemaal op, ze kraken de botten of het chips is. Vandaag is het een stevig bokje, al voor de helft weg gehapt. Zijn dijtjes liggen opengesperd en met een beetje hondenblik weet je: dat is een lekkernij. Vooral ook omdat het al een beetje begint te stinken. Hmmm lekker.

Statia – 15

Ik zit bij de Chinese supermarkt op een plastic kinderkruk tussen de balen hondenvoer en de zakken waspoeder. De baas van de supermarkt komt op z’n scooter naar de zaak om van mij Nederlands te leren. Hij haalt zijn lesboek tevoorschijn. We praten over mìj́n Chinese uitspraak. Op de een of andere manier lukt het maar weinig Chinezen om langzaam te praten. Ik raak meteen de kluts kwijt. Ik heb mijn eigen leerboek ook meegenomen en ik lees vader en moeder en de kindertjes steeds luider, hortend en stotend, mijn tekst voor. De Nederlandse les wordt helemaal vergeten. Iedereen lacht om mijn uitspraak. Eenmaal thuis moet ik enorm ontladen, kweenie waarom. Wordt het ooit nog wat met mij en die taal?

Statia – 14

Elke dag onder de douche: doodgewoon. Maar er zijn wel eens keren geweest hier dat ik 6 weken lang geen douche zag. Dan was er geen water of de douche wou niet doorlopen, of het vergiet was weg. Helemaal niet erg, niemand rook wat en m’n haar werd touw van het zout. Vandaag de dag heerst er luxe in huisje Statia. De slang moet dichtgeknepen met een klem anders spuit er te veel water dankzij een pompje. De elektrische douchekop erop en: douchen of elektrocutie, kan allebei. Schoon wordt je in beide gevallen.

Statia – 13

Natuurlijk ben ook ik bezig met wat er in China gebeurt. China was altijd de grootste economische macht ter wereld tot de industrialisering. Engeland nam het stokje over. Nu wordt er weer een spaak gestoken in het wiel van macht van China. Ik maak me bezorgd over vrienden en bekenden, die in hun huizen opgesloten zitten en dan ook nog een aardbeving krijgen. Dit vertelde de Chinese winkeljuffrouw me in goed Engels. Iedereen is bang. Drieduizendmiljard dollar staat er op de Chinese bank, daar kan je de Corona niet mee wegkopen.

Statia – 12

Onder de boom in de tuin van het museum bezoek ik vriendin Misha. Zij geeft er de kinderen geschiedenisles. De kinderen moeten vragen beantwoorden: noem gewassen die hier vroeger verbouwd werden voor verscheping? Hoeveel plantages waren er? (70) De kinderen zwaaien met hun potlood en papier. Misha vertelt over wie is net komen binnenwandelen (ik) en het blijkt dat ze filmpjes heeft getoond van mijn zang en de kartonnen theatertjes. De kinderen kennen me allemaal. Voor ik het weet laat ik ze zien hoe ze een hondje kunnen tekenen, een kat en een vogel. En een mens zodat je er kleren over heen kunt tekenen. Dan kan je modeontwerper worden. Dat had ik ik eigenlijk ook wel willen worden.

Statis – 11

De eerste dooie is gevallen. Met de machete is zijn buik opengereten. Afgeslacht is tie. Stuiptrekkend ging hij ten onder, als een held in het harnas. Hij die keukenkastjes kan openmaken. Die de schroefdop van de pindakaas kan afdraaien alsof het níks is. Die glazen omgooit. Die rat. Het was een echtpaartje, nu is er nog maar één. Ik ken ze goed: samenwerken was hun fort. Was, want alléén samenwerken werkt niet lekker samen. Vanuit mijn bed keek ik naar hun capriolen en zij keken naar de mijne. Wijdbeens sprongen ze naar onoverbrugbare punten, de staart als roer. Morgen pak ik de rest van de familie. Hierbij een oude rotstekening van een rat killer

Statia – 10

Ik heb een Reiters blok. Er komt niks uit m’n vingers. Ik weet niet meer wat ik moet schrijven. Ook heb ik een Skilders blok en een Teken blok, ik krijg niks meer op papier. En raad es: ook een Skulpters blok heb ik ook. De klei lacht me gewoon in mn gezicht uit. Een Zingers blok en een  China blok, een geestelijk blok en een werk blok, al die dingen heb ik. Niks werkt meer. ‘t Is alleen maar blok wat de klok slaat. Het is maar goed dat ik op Statia zit. Eenmaal terug in Nederland ga ik er subsidie voor aanvragen. Krijg ik vast.

Statia – 9

Een wonder. Bestaat een wonder? Een wonder is totaal onmogelijk maar het gebeurt tòch. Of je het gelóóft hangt af van de verteller én van het wonder zelf. Is het wonder té absurd of is de verteller een volslagen fantast dan geloven we het niet. Normaal gesproken ben ik qua wonderen niet heel betrouwbaar maar ik zag vandaag een waargebeurd wonder: het opgegeten geitje is weer tot leven gewekt! Niet als het Lam Gods maar als Saskia’s Geitje.

Statia – 8

De oude hond heeft zojuist een geitenjong gemold. Als een natte harige roze handdoek ligt het dode dier tussen zijn poten. Hij gromt naar iedereen die te dichtbij komt. Even later begint het maal, de babybotjes kraken tussen zijn malende kaken. Eerst het kopje pletten, dan gaat de buikinhoud eraan. De jonge pup van vier maanden kijkt toe. Even later zie ik de pup met een paar harige balletbeentjes in zijn bek wegrennen, het bos in. Heeft ie toch ongemerkt de buit weten te stelen.