Blog 13 – Dunhuang

Vanochtend om 6 uur komt de trein aan in de Gobiwoestijn. We worden gewekt door een sjacherijnig mager conducteurmeisje dat je treinticket voor de derde maal wil zien. Wat een negorij! Het is de eerste regendag van het jaar en de regen duurt nog twee dagen. We gaan naar De Muur. Tweeduizend jaar geleden bevochten hier Chinese krijgers de Mongoolse vijand. Hier ging de Zijderoute met zwaar bepakte dromedarissen vol goederen naar Istanbul en andere hoofdsteden. Overal staan electriciteitspalen, het land wordt ontgonnen.  Het is een bruine zandbak, geen plantje te bekennen. De Muur, we zien er kleine ruïnes van. Dit is het einde van de muur waar niemand je meer kon aanvallen: kwam je uit de Gobi dan was je al half dood en via de zee kon je niet binnenkomen. Bij een grote pleisterplaats, aangevreten door wind, zon en regen, zie ik stukken van De Muur. Stukken stro en leem steken eruit. De Qin dynasty duurde maar 50 jaar want de zoon van de toenmalige keizer, een incompetente lummel, kon het rijk niet besturen. Eeuwen daarna begon de Han Dynasty, 2200 BC. die een paar eeuwen duurde. De Hunnen uit Het noorden vielen regelmatig aan, één Hun liep over naar de Han, werd er koning en toch werd uiteindelijk zijn hele familie afgeslacht! 

Er is nauwelijks vegetatie maar kamelen eten van de sterk geurige gele distels. We zien vogeltjes, ezels en stekelhagedissen. Bij de lunch eten we ezelvlees.

Totaal onverwacht landen we in een oase vol populieren. Middenin zijn wijngaarden en de rivier kreeg 50 jaar terug een dam. 2000 jaar geleden was dit een gebied waar krijgspaarden gefokt werden. Het riet is gouder dan het goudste goud, de halmen ruisen, en het water oogt schoon totdat we in een hoekje dooie vissen zien. Zwaluwen vliegen laag en er roept een koekoek. Hier wordt wijn gemaakt en rozijnen en krenten gedroogd. Alles oogt boers maar welvarend. Vandaag naar het museum.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *